Het beest moet destijds via India en Turkije naar Noordwest-Europa zijn ingevoerd, althans de namen kalkoen (Calicut hoen), "dinde" (Frans; poule d'Inde = Indiase kip) en "turkey" (Engels) wijzen daarop. De Pilgrim Fathers namen kalkoenen mee naar Noord-Amerika. Onnodig want daar bleek een grote, wilde soort voor te komen, namelijk de "wild turkey" of Agriocharis ocellata. Deze soort wordt in de Verenigde Staten traditioneel gegeten op Thanksgiving Day.
Een kalkoen wordt gekenmerkt door zijn naakte rode kop, met lellen aan beide kanten van zijn snavel en het geluid dat hij voortbrengt.
Bak kalkoenvlees altijd op een lagere stand om 'taai' worden te voorkomen.
|