actief partner van:

Gevogelte wild

‹ terug

Gans

Alle ganzen stammen af van de grauwe gans. De snavel is van gemiddelde lengte en aan de voorkant smal toelopend, met een zachtgele of oranjerode huid overtrokken. Ze hebben een lange hals. De rug is bruinachtig grijs en de onderkant geelachtig grijs. De veren van de buik en de onderkant van de staart zijn wit, de rest van de veren aan de bovenzijde vaalgrijs.

Slagpennen en staartpennen zijn zwartgrijs met witte schachten, ook aan de uiteinden. De iris is lichtbruin, de poten zijn bleek vleesrood. Lengte 98 cm, breedte 170 cm, vleugellengte 47 cm, staartlengte 16 cm.

Leefwijze
De grauwe gans komt voor van Noord-Europa tot in het uiterste noordoosten van Azië. In maart broedt ze van tijd tot tijd in Noord- en Midden- Duitsland, in de late herfst trekken de dieren in formatie naar het zuiden. De grauwe gans leeft in grote moerassen, meren en plassen, die met riet of struiken zijn omgeven. De voeding bestaat uit allerlei soorten graankorrels, haver, klaver en jonge zaadjes.

Recepten
Wilde gans met appelen

 

Luiten Food - Klaverblad 11 - 2266 JK Stompwijk Holland - sales@luitenfood.com - tel +31(0)71 5808020 - fax +31 (0)71 5801398 - algemene verkoopvoorwaarden